De fata morgana die ‘objectieve beoordeling’ heet
Mensen die beweren dat zij objectief beoordelen geloven in een illusie, een illusie met een grote I. Schreeuw dus nooit van de daken dat het wel degelijk mogelijk is, je manoeuvreert je namelijk automatisch in de gevaren zonde. Zoals Johan Cruijff zegt: ‘als je denkt dat je een fout gaat maken, moet je hem niet maken'.
Het is wetenschappelijk meermaals bewezen, dat de mens per definitie subjectief oordeelt. Er zijn teveel mogelijke valkuilen om tot een objectieve beeldvorming te komen, neem nu de kans op beoordelingsfouten: Het ‘Horn' effect, het ‘Halo' effect, sympathie of juist antipathiefactor, allemaal factoren die er sterk aan bijdragen dat het oordeel van een mens subjectief is, en vaak meer zegt over de beoordelaar zelf, dan over de beoordeelde.
Wat houden bovengenoemde factoren in? Laten we beginnen met het ‘Horn' en het ‘Halo' effect, termen afkomstig uit de psychologie. Simpelweg worden in deze gevallen een kenmerk van een persoon of groep gegeneraliseerd naar andere kenmerken. Bijvoorbeeld bij het ‘Horn' effect: uiterlijke factoren kunnen een rol spelen, iemand die ‘klein', ‘dik' en ‘lelijk' is, wordt anders beoordeeld dan iemand die lang, slank en mooi is. Vind je iemand erg mooi?: de kans is groot dat je aan deze persoon ook veel andere positieve eigenschappen toekent. Als er tussen de beoordelingen nauwelijks verschil zit en de oordelen, opgesteld op basis van verschillende criteria allemaal positief zijn, is het mogelijk dat er sprake is van het 'Halo effect'. Het ‘Horn' effect werkt tegenovergesteld, hierbij wordt namelijk een negatief kenmerk gegeneraliseerd naar andere kenmerken.
Dan is er nog de sympathie/antipathiefactor. Bij deze factor is de beoordeling gebaseerd op het gevoel. Als een beoordeling, per onderdeel alleen globaal onderbouwd wordt, duidt dit op aanwezigheid van de sympathie of antipathiefactor. Het oordeel gaat niet meer over wat oorspronkelijk beoordeeld zou moeten worden. Ook factoren als de eerste indruk, laatste waarneming en centrale tendentie zijn obstakels als het gaat om een objectieve beoordeling. Een mens onthoudt vooral het begin en het eind van informatie, de eerste indruk en de meest recente worden opgeslagen, wat daar tussen zit wordt vaak vergeten. Bij centrale tendentie neigt de beoordelaar naar gemiddelde uitspraken, dit kan door de vrees voor het geven van extreme scores, maar het kan ook veroorzaakt worden door onduidelijke beoordelingscriteria.
Het moge duidelijk zijn dat onze beoordeling subjectief is, hoe graag we zelf ook objectief zouden willen zijn, we blijven mensen: gevoelig voor prikkels van buitenaf, en niet in staat om een geheel objectieve beeldvorming te creëren.
Je kunt proberen de objectiviteit dicht te benaderen door gebruik te maken van meerdere beoordelaars en competentiegericht beoordelen.
Een systeem met meerdere beoordelaars is het 360 graden feedback model, een werknemer wordt beoordeeld door personen die goed zicht hebben op wat de medewerker voor werk verricht en mogelijk ook met welk resultaat. Dit kunnen leidinggevenden zijn, ondergeschikten maar ook bijvoorbeeld klanten. Op deze wijze komt de input voor een beoordeling van meerdere partijen, als er bij iemand sprake is van een storingsfactor zoals het ‘Hallo' effect, zal dit snel opvallen door de extreem positieve score.
De objectiviteit van uitspraken betreffende de beoordeling wordt door een dergelijk systeem verhoogd. Toch blijkt dat er altijd sprake blijft van subjectiviteit. Tevens blijkt vaak dat de validiteit en betrouwbaarheid van een beoordelingsysteem te kort schiet. Meet ik goed, meet ik wat ik wil meten?
De beoordeling van de mens is een vertekend beeld, voor een deel surrealistisch, gevormd door voorkeuren dan wel vooroordelen. Besef goed dat het beeld wat je hebt van de persoon tegenover je, een beeld is, geïnjecteerd, door mogelijk verkeerd geïnterpreteerde waarnemingen.
Stefan Zondag
2de jaar student Personeel & Arbeid
Avans Hogeschool 's-Hertogenbosch
reageer >



